En dan volgt de afdaling waar we ons al dagen op verheugden. Eindeloos lang naar beneden. Het eerste stuk steil over de nog steeds smalle weg met talloze haarspeldbochten, en daarna nog kilometers lang vals plat nagenieten. Vanaf Eugene kun je kiezen, rechtstreeks door naar de kust om in Florence de tocht te beeindigen, of de oorspronkelijke TransAm blijven volgen en het eind nog even uitstellen. Eerst in noordelijke richting door de Willamette vallei, dan naar de kust en uiteindelijk naar Astoria. Bijna alle fietsers die we ontmoet hebben kiezen voor de eerste optie. Ze vinden het wel welletjes geweest en verlangen naar het eind. Ook wij kijken uit naar het eind maar verkiezen toch de route naar Astoria; dat ligt immers dichter bij Portland vanwaar we uiteindelijk terug naar huis zullen vliegen. Nou ja, en op deze manier maken we de TransAm wel netjes helemaal af. Dat de TransAm officieel in Astoria eindigt (of begint) zal te maken hebben met het feit dat Lewis en Clark in 1806 in Astoria overwinterden en dat 5 jaar daarna Astoria de eerste permanente bewoning ten westen van de Mississippi vormde. De TransAm is gemaakt ter viering van het 200-jarig bestaan van de Verenigde Staten en de route gaat langs zoveel mogelijk historische knooppunten. We fietsen dus nog even door. Het eerste deel na Eugene gaat door een vallei waar veel fruit wordt verbouwd. Bij een stalletje kopen we wat fruit en stopt de verkoopster ons bij wijze van bonus nog wat pruimen toe: "ideaal voor fietsers want ze passen altijd nog wel ergens in de fietstassen en ziten boordevol sap". Vervolgens drukt ze ons op het hart dat we ook even langs haar Mennonieten-buurvrouw moeten fietsen, die heeft een bakkerij. Ook de oatmeal cookies passen nog in de fietstassen. En zo peddelen we verder door dit heerlijke luilekkerland.
Maar aan al dat genieten komt abrupt een einde als de route afbuigt en we nu in westelijke richting toch echt naar de kust gaan. De wegen worden bizar druk. Op een gegeven moment rijden we kilometers lang over de vluchtstrook langs een eindeloze file van auto's. Regelmatig is de vluchtstrook geblokkeerd door auto's met kokende motors. Het is heet en onaangenaam fietsen. Maar ach, het zijn de laatste loodjes want even later zijn we dan eindelijk bij de kust. De hittegolf die iets verder landinwaarts heerst, laten we achter ons. Aan de kuststrook is het koel, koud zelfs, en mistig. Dat schijnt hier heel gebruikelijk te zijn.
Er volgt een wat raar einde van onze fietstocht. We zijn bij de kust, dus het doel is bereikt. Maar vervolgens moeten we nog 200 km langs de kust naar Astoria. Het is zoeken naar de juiste stemming, we zijn er al maar toch nog niet, het weer is somber en grauw, van die laatste 200 km gaan er zo'n 100 over de highway 101, een toeristisch hoogtepunt, maar zoals we in Yellowstone Park al leerden kun je als fietser toeristische hoogtepunten maar beter mijden. Het is een zeer drukke weg, smal en met weinig ruimte voor fietsers. Niet alleen druk met toeristen in auto's en campers maar ook met vrachtauto's met boomstammen. Ik bedenk dat ik voor het eerst in weken, nee maanden, blij ben dat we aan de oostkant zijn begonnen. Als we hier aan de westkant zouden zijn begonnen was ik waarschijnlijk in die eerste paar honderd kilometer al afgestapt met als conclusie dat of Amerika niet geschikt is om in te fietsen, of dat de Amerikanen geen verstand hebben van fietsroutes maken. En dan zou ik toch een geweldige fietstocht hebben gemist.
Hoe dan ook, de highway 101 is natuurlijk niet voor niets een toeristisch hoogtepunt. De uitzichten over de grillige kustlijn (als de mist even optrekt), de grote rotsblokken in de zee, het ziet er schitterend uit. We ploeteren onder veel belangstelling (we zijn zelfs gefilmd door enthousiaste badgasten) met onze bepakte fietsen een paar honderd meter door het rulle zandstrand voor een fraaie ceremoniƫle afsluiting: gestart met het achterwiel in de Atlantische Oceaan, gefinished met het voorwiel in de Pacific. We did it!