De Appalachen vormen de grootste bergketen ten oosten van de Mississippi. Eigenlijk zijn het twee ketens die parallel aan elkaar van het noorden (Canada) naar het zuiden (Alabama) lopen. Aan de oostkant, dus de eerste keten die we over moesten, liggen de oude Appalachen en ten westen daarvan de jongere. Tussen die twee ketens ligt de Great Valley, door de Indianen al veel gebruikt als doorsteek. En dat is minder voor de hand liggend dan je zou vermoeden want juist op die grote vallei kun je je aardig stuk rijden. De bergketens zelf zijn daarbij vergeleken een eitje. (Even afkloppen want vanmiddag moeten nog een klein stukje van de jongere Appalachen over.) De oude Appalachen reden we op in dichte mist waardoor we heel wat mooie uitzichten (volgens de bordjes langs de kant van de weg) moesten missen. De mist was zo dik dat we elkaar nauwelijks meer zagen. Af en toe roepen naar elkaar: "Ben je er nog?" We werden aangehouden door een park ranger die vroeg of die dingetjes achter op onze fietsen wellicht lampen waren (fietslampen zijn niet verplicht hier, reflectoren wel) en zo ja, of het dan niet een goed idee zou zijn om ze aan te doen. Oeps, totaal niet aan gedacht... Gewoon niet gewend om overdag met lichten aan te rijden. Overigens gaven onze neon-gele regenjasjes die we wel aan hadden meer licht dan de achterlampjes. Op de top aangekomen brak de lucht een beetje open zodat we toch nog konden zien waar al dat klimmen ons had gebracht.
Wat de oversteek van de grote vallei zo moeilijk maakt is het feit dat het eigenlijk een aaneenschakeling van valleitjes is met allemaal kreekjes en bergricheltjes er tussen. Onophoudelijk suizen we zo'n richeltje af om een paar honderd meter verder de volgende weer op te moeten klimmen. Meestal hebben ze een percentage van minstens 9%, vaak 11-12% en af en toe tot 16% of meer. Dit is verdorie heftiger dan de Mont Ventoux en nu doen we het met bepakking!
Onze route door Virginia loopt ook dwars door een Bible Belt. Elk zichzelf respecterend dorpje waar we doorheen komen, soms maar met een paar huizen, heeft toch minstens vijf verschillende kerkjes, en regelmatig meer dan dat: United Methodist Church, Baptist Church, Presbyterian Chruch, Episcopal Church, Lutheran Chruch, Evangelical Chruch, Christian Church, Church of God, Church of Jesus Christ, Church of the Holy Bible, Seventh Day Adventist Church... ik vergeet er vast nog een paar. Anders dan in Europa zijn het geen grote centrale gebouwen maar bescheiden kleine, vaak witte houten gebouwtjes, vaak juist aan de rand van een dorpje. De methodisten zijn in dit gebied het meest gastvrij ten opzichte van fietsers en wandelaars. We sliepen al een keer in een van hun kerkjes (we hadden gevraagd of we ons tentje op het veldje achter de kerk konden opzetten en kregen als antwoord: als je per se wilt mag dat maar waarom leg je niet gewoon je mat en slaapzak in de kerk en aangezien er onweer op komst was deden we dat graag). Afgelopen nacht sliepen we in een hostel van de Methodisten. Een groot huis achter de kerk, min of meer ingericht als jeugdherberg. Maar zonder toezicht of beheerder of zo, en veel gebruikt door hikers en bikers dus een ouderwets zootje met zoveel stof en troep dat mijn slijmvliezen het flink te verduren hebben gehad. Vanmiddag steken we het laatste stukje van de jonge Apalachen over en eindigen dan vermoedelijk weer bij een hostel van de Methodisten. Veel kerkjes hebben overdektje picknicktafels in hun tuin staan - ik vermoed voor de koffie of bbq na de dienst - die vormen zeer geschikte lunchplekjes voor ons (uit de zon of uit de regen, net wat het weer die dag te bieden heeft).
En dan zit Virginia er bijna op en naderen we Kentucky. Ter voorbereiding daarop kochten we vanochtend in een fietsen/outdoorwinkel een spuitbusje dog repellent. We hopen natuurlijk het niet te hoeven gebruiken, maar de afgelopen dagen hadden we al een paar hachelijke momenten met honden...
De tocht door Virginia was zeer de moeite waard. Fraai landschap (ondanks de vele pokke-pukkels), rustige landwegen door sterk glooiend bos- en landbouwgebied. Veel Villa Kakelbont-achtige huizen (maar dan wit) met grote veranda's met schommelstoelen of -banken. Als er mensen op die stoelen zitten zwaaien ze naar ons. Naarmate we westelijker kwamen werden de huizen wat kleiner. Soms meer bouwvallige woonwagens met veel troep en grommende honden. In het oosten zaten van oudsher de grote plantages, meer naar het westen werden de boerderijen meer zelfvoorzienend en is er ook meer mijnbouw (steenkool). Tijdens de beklimming van de oude Appalachen bezochten we een modelboerderij uit het eind van de 19e eeuw. Deze was bedoeld om nieuwe pioniers over te halen zich in dit gebied te vestigen en een zelfvoorzienend bestaan als boer te leiden. Het heeft nog lang geduurd voor mensen zich lieten overhalen om meer westelijk te komen wonen, in het begin bleven de nieuwe migranten bij de kust. Tijdens ons bezoek aan de modelboerderij in de mist en kou kon ik me daar alles bij voorstellen. Het ziet er ook anno 2010 nog onherbergzaam uit, en dan in die mist en kou. De uitdrukking "as cold as a barn" schijnt hier vandaan te komen.