Ten tijde van de Amerikaanse revolutie (1776) waren al veel immigranten de bergen van Virginia in getrokken en werd Kentucky (de Indianen noemden dit gebied kenta-ke oftewel prairie) verkend. De Wilderness Road werd aangelegd om meer immigranten de trek naar Kentucky te kunnen laten maken. Veel van deze immigranten kwamen uit Ierland en Schotland. Ze vochten niet alleen met de Indianen, op wiens jachtgebied zij zich vestigden, en met de Engelsen (die ook na de slag bij Yorktown nog lang in dit gebied tegen de nu Amerikaanse settlers bleven vechten en de Indianen betaalden voor het doden van deze settlers) maar vooral ook met zichzelf. De clanstructuur en familievetes uit Schotland en Ierland werden hier voortgezet. (Wat nou Nieuwe Wereld...) In een visitor center wordt het verhaal verteld van de vete tussen de McCoys en de Hatfields, over en weer vermoordden zij 56 leden van elkaars families. Er hangt een staatsieportret van de Hatfields, uitgedost in zondagse pakken, de mannen en jongens, ook de allerkleinste (met keurige vlinderdasjes), gewapend met geweren en revolvers. Een ruw bergvolkje dus. Volgens de reisgids passen de bewoners van het huidige Kentucky zich nu langzaam aan aan modernere tijden. Maar of die aanpassing helemaal goed gaat kun je betwijfelen. Waar we in Virginia een en al vriendelijkheid ontmoetten, mensen die willen weten waar we vandaan komen en waar we naar toegaan, hun eigen levensverhalen aan ons toevertrouwen en nieuwsgierig zijn wat wij van Obama en het gezondheidszorgstelsel vinden (er zijn weinig Obama fans in Virginia is onze constatering), worden we in Kentucky vooral toegeschreeuwd vanuit auto's (ik kan het niet allemaal verstaan maar het woord "fuck" is dominant), worden middelvingers naar ons uitgestoken, en vindt men het prima als hondlief ons nog een tijdje al grommend en blaffend narent. Dat de route de eerste dagen af en toe over vierbaans snelwegen liep, druk bereden met zware vrachtwagens, en de vluchtstrook waar wij ons bevonden een wasbordpatroon had (om slaperige autombilisten weer wakker te schudden) en veel grind en troep, maakte onze liefde voor Kentucky er ook niet groter op. En dan was het ook nog eens verschrikkelijk warm (mijn computertje heeft in de zon regelmatig temperaturen tegen de 40 graden gemeten). Hoe moet dat als het straks echt zomer wordt hier...
Maar ook in Kentucky maken we leuke dingen mee. Bij een benzinepomp kopen we een flesje drinken waarmee we op een bankje naast twee oude mannetjes ploffen. We belanden in een rechtstreekse uitzending van de Amerikaanse versie van de Muppetshow waarbij de twee oude mannetjes alles wat zich in de show aan hen voorbijtrekt, becommentarieren. Er stopt een pick-up met dreunende muziek bij de pomp, een jonge knul komt uit de pick-up, afgezakte spijkerbroek, ontbloot bovenlijf met enorme tatoeages op rug, nek en hals, een kaalgeschoren koppie met alleen nog een strookje haar in het midden. "Wel," zegt een van de oude mannetjes, "uiteindelijk hoeven we de laatste Mohikaan niet meer te doden, hij heeft zich zelf al flink toegetakeld." Vervolgens wil het andere mannetje weten waar we heen fietsen. Hindman, zeg ik. "Haindmun", corrigeert hij vriendelijk, "dat is nog 25 mijl.". O nee, zegt de ander, dat is 30 mijl. Vervolgens ontstaat er een heftige discussie over de kortste weg naar Hindman en de afstand. Ik laat onze kaart met ingetekende route zien, langs deze weg zou het nog 28 mijl moeten zijn. Maar de mannetjes blijven volharden in hun 25 versus 30 mijl strijd. Er wordt zelfs een wegenkaart uit het winkeltje gehaald om het allemaal nog eens goed te bekijken. Ons zijn ze al lang vergeten.
Voor verdere Kentucky ervaringen, zie het stukje van Liesbeth. Overigens betreffen de negatieve ervaringen vooral Oost Kentucky. Waar de bosachtige mijnbouw plaats maakt voor "rolling hills" ('t is net een ski-piste met van die bobbeltjes, o o wat worden die dijen van ons hier sterk) met landbouw (mais, tabak), weilanden en paarden, worden de mensen weer een stuk vriendelijker.
stukje snelweg in Oost Kentucky
rolling hills
ski-piste met bobbels