vrijdag 2 juli 2010

Kansas

Na 12 dagen achtereen door hitte en wind gezwoegd te hebben, is het tijd voor een rustdag in Pueblo, Colorado, aan de voet van de Rockies. Voor ons gevoel begint hier de tweede fase van onze vakantie, de echte bergen. Maar vandaag nog even niet. Vandaag mogen we, voor het eerst, de verrichtingen van het Nederlandse elftal bewonderen. Ontbijt TV want de wedstrijd begint om 8:00 uur. Nu zijn we de laatse dagen zo gewend aan vroeg opstaan dat we toch nog uren moeten wachten voor het begint. ESPN vat de wedstrijd (Nederland-Brazilie) samen met "better be lucky than good" en Ruud Gullit, speciale gast van ESPN, beaamt dat met een grote grijns. Het vervolg van deze kampioenschappen zullen we vermoedelijk moeten missen dus, voor de mensen die ons tot nu toe op de hoogte hielden, blijf dat vooral doen! Van de Amerikanen kunnen we op dit terrein niet veel verwachten, die volgen het echt niet.

Kansas dus. Als je uit de Ozarks komt verheug je je er op. Even geen bergen, gewoon lekker vlak. Met een beetje goede wind vlieg je er doorheen. Amerikaanse fietsers dromen ervan om hier eindelijk die zo gewenste "centuries" (etappes van 100 mijl, 160 km) te gaan halen. Het liep ietsje anders (zie Liesbeth haar bijdrage) maar we zijn er doorheen, deze Great Plains, blij dat we de koelere bergen weer in mogen.

Vergeleken met andere stukken uit onze route is Kansas vlak, maar niet zo vlak als Nederland. Glooiend is een betere beschrijving. Bovendien klimmen we ongemerkt van zo'n 300 meter naar bijna 1500 meter, dus ook veel vals plat. We rijden meer dan een week over een en dezelfde weg en die weg heeft nauwelijks bochten. De Lonely Planet besteedt aan heel Kansas krap 6 pagina's: "with 90% devoted to agriculture, it is hardly the most glamarous tourist attraction". Het eerste deel van onze route voert echter niet door landbouwgrond. De Flint Hills vormen een stukje "true prairie", volgens de bewoners van de dorpjes hier nog onaangetast, zo zou het er honderden jaren geleden ook uitgezien hebben. Later lees ik ergens dat dat niet klopt. De oorspronkelijke prairie had heel lang gras, van wel 3 meter hoog. Door de enorme overbegrazing nu groeit er een veel korter soort gras. Maar goed, het is nog altijd een mooi gebied om doorheen te rijden. Vroeger het terrein van bisons, tegenwoordig dat van koeien (stieren vooral) en jaknikkers. We zijn opeens in het land van de cowboys beland. In Cassoday kunnen we in de plaatselijke country store/kantine zo aanschuiven voor de lunch, samen met een grote groep cowboys, compleet met hoeden. De lunch bestaat uit aardappelpuree, bloemkool en broccoli, kippesteak en sla. En veel gezelligheid. Een cowboy bestudeert onze zadels en stelt: "daar zou ik niet op kunnen zitten, het is niet zacht en je moet nog werken ook." De eigenares van de country store snapt ook niet hoe we zo'n fietstocht kunnen maken. Ik zou het niet kunnen, zucht ze. Het is op dat moment ver in de 40 graden en ik verzucht terug dat ik niet begrijp hoe mensen hier kunnen wonen. Dat blijkt ook niet haar voorkeur te zijn geweest. Opgegroeid in Colorado maar vader werkte in een steengroeve die bij een overstroming vol kwam te staan en moeder werkte bij een mijn waar het ook niet goed mee ging. Via een oom kon vader werk in Kansas krijgen. Maar ze mist Colorado nog altijd. Ze haat de zomers in Kansas, en de winters zijn ook niet prettig, afgelopen winter ging het kwik terug tot -30 C.







Daarna volgen uitgestrekte mais en tarwevelden (de Amerikaan wil tenslotte een broodje om zijn hamburger). Saai? Nee, door die uitgestrektheid best indrukwekkend, en anders zijn dat die enorme landbouwapparaten (combines) wel die op trucks over de wegen worden vervoerd en wel heel weinig ruimte over laten voor ander verkeer. (Gelukkig zijn fietsers relatief smal.) We bevinden ons midden in de oogsttijd en het rijdt af en aan. Motels zitten vol met seizoensarbeiders (veel Spaanssprekend) en in het stadje Eads daarnaast ook nog eens met "roofers". Zes weken geleden werd Eads getroffen door een storm die ruim 300 huizen verwoestte, veel werk aan de winkel voor de dakreparateurs dus. We zijn gedurende onze tocht door Kansas regelmatig gewaarschuwd de weerberichten in de gaten te houden, tornado's vormen hier de grootste dreiging. In motels liggen altijd instructies wat te doen in geval van.





Er wonen veel Mennonieten in Kansas. Volgelingen van de Nederlandse priester Menno Simons die tijdens de reformatie uit de kerk stapte. De Mennonieten vluchtten in de 18e eeuw naar Rusland en zo'n 100 jaar later van daaruit naar de VS en Canada. Uit Rusland brachten ze een tarwesoort mee die het hier ook erg goed deed en de enorme tarweproductie van nu heeft voortgebracht. Vermoedelijk kwamen de tarwe overschotten die we in Bangladesh van de Amerikaanse overheid kregen om in te zetten in Food for Work programma's, hier vandaan. De graansilo's vormen dagenlang voor ons markeerpunten in het landschap. Je ziet ze al van zo'n 12 km afstand, het kan nog een uur duren voor je er bent en even een beetje schaduw kunt genieten.





Niet alleen de Mennonieten maar ook andere kerkgemeenschappen zijn dominant aanwezig. Eerder had ik het over een Bible Belt maar misschien is heel de VS wel zo buiten de grote steden. Langs de weg staan regelmatig borden van de Pro-Life beweging en de strijd tegen alcohol woedt ook hier. In Scott City krijgen we in een supermarkt te horen dat er weliswaar bier op de schappen staat maar dat ze dat op zondag niet mogen verkopen. Fraai compromis: op zondag wel de winkels open maar geen verderfelijke producten verkopen...



De eerste Europeanen in Kansas waren Spanjaarden die in de 16e eeuw vanuit Mexico hierheen trokken op zoek naar de zeven gouden steden waar verhalen over gingen. Voer voor diverse westerns. Ook een duidelijk Spaanse invloed in dit gebied is de Santa Fe spoorweg die overigens nooit helemaal is doorgetrokken naar Santa Fe. Het was niet zo moeilijk om een spoorweg aan te leggen door dit relatief vlakke gebied, maar wel om het spoor ook rendabel te maken, er waren maar weinig passagiers. De overheid verstrekte daarom grond aan de spoorwegmaatschappijen die hier een traject wilden aanleggen en die maatschappijen konden die grond weer verkopen aan nieuwe settlers, tevens toekomstige passagiers. Een groot deel van het spoor waar we langsrijden is niet meer in gebruik, maar nog wel eigendom van de spoorwegen die het nu gebruiken om materieel te parkeren. We rijden langs een rij op de rails geparkeerde auto-wagons van ruim 30 kilometer. De auto-industrie is op dit moment zo'n 20% van wat het een paar jaar terug was, dus al die wagons zijn even niet nodig. De dorpelingen balen van de landschap ontsierende rij wagons, die een flink deel van het uitzicht wegneemt.





De Spaanse invloeden zijn in dit gebied merkbaar aan de bouw van sommige huizen en kerkjes en het gebruik van de Spaanse taal. Al vanaf het begin van onze tocht zijn we gewezen op het belang van handen wassen. In de horeca hangen bij toiletten vaak bordjes waarop staat aangegeven dat werknemers verplicht zijn hun handen te wassen voor ze weer aan het werk gaan en af en toe wordt ook uitgebreid uitgelegd hoe dat moet, handen wassen, en wat je er bij moet zingen. Tegenwoordig dus ook in het Spaans.





Hoewel we Kansas niet saai vonden is er toch sprake van enige vreugde als we het achter ons kunnen laten.